1898. De verdiensten van de voedsters in de Franse Tijd

ces sacrifices ignorés

“Te midden van deze vele verhalen, afkomstig van tijdgenoten, van acteurs die betrokken waren bij dit drama waarin het leven van zoveel broze wezens op het spel stond, zien we deze boerenvrouwen, deze voedsters, die maandenlang geen loon of slechts onbeduidende geldbedragen ontvingen, zonder persoonlijke middelen, zonder brood soms, meestal in hun hart toch de kracht vinden om de aan hen toevertrouwde kleine wezens te behouden.
Ze claimen met veel misbaar wat hen verschuldigd is ; ze belegeren het openbaar bestuur ; ze dreigen er mee de zuigelingen achter te laten zonder moeder ; maar wanneer ze deze dreiging willen uitvoeren, kijken ze naar het arme verwaarloosde kind, gevoed met hun melk. Dan zien we ze terugkeren naar hun stulp, geladen met de kostbare last, liever kiezen voor nog grotere armoede in het huishouden dan dat ze zich zouden lenen tot zo’ n wrede verlating.
Deze moeilijk te begrijpen toewijding, deze genegeerde opofferingen, doen zich voor in ons edele land van Frankrijk ; ze doen ons de misdaden en mislukkingen vergeten en zijn een eer voor het land. Door duizenden kinderen te redden in de moeilijkste tijden, hebben deze nederige vrouwen van ons platteland zich zeer verdienstelijk gemaakt voor God en voor het Vaderland.”

Léon Lallemand blikt in 1898  in zijn werk over “La Révolution et les pauvres” terug op de hervormingen in de armenzorg van de Franse Revolutie. Daarbij komen ook de gevolgen van de hervormingen voor de “Enfants de la Patrie” aan bod die geplaatst waren bij pleeggezinnen op het platteland. De verlaten kinderen voor wie het Vaderland, sinds 1794 ook uitgebreid met België, had beloofd te zullen zorgen. De afschaffing van de oude instellingen voor armenzorg en de oprichting van de nieuwe instellingen verliep nogal chaotisch. Vanuit veel departementen, ook vanuit de Belgische departementen, klonken noodkreten, die Lallemand uitvoerig documenteert. Voor de inspanningen die de voedsters of pleeggezinnen zich getroostten, ondanks alle perikelen, stak hij zijn bewondering niet onder stoelen of banken.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

1849. Eenen landman bragt een arm weeskind terug

‘Eenen landman bragt een arm weeskind terug, dat hy op kosten van het bureel van Weldadigheyd had opgevoed. Op het oogenblik der scheyding van zynen aengenomen vader, begon dat kind zoo hevig te schreyen en te roepen, dat eene groote menigte volks zich ter plaetse verzamelde. Den braven landman was zelf zoo diep ontroerd, dat hy den oorlof verzogt en bekwam om het kind weder mede terug te neemen, dat hem liefkoozend om den hals viel.’

Pleegouders werden er in de 19e eeuw vaak van verdacht de kinderen enkel op te nemen om lucratieve redenen. Ze streken het onderhoudsgeld op en verwaarloosden hun pleegkind of buitten het uit. Er waren nochtans geregeld getuigenissen over de gehechtheid tussen pleegouders en hun kinderen, niet alleen in de romantische literatuur, maar ook in de krant. Zoals bovenstaand bericht, waarin ‘den denderbode’ van 4 november 1849 een tafereel beschrijft dat zich toen in Gent afspeelde.

Het kwam voor dat de pleegouders, om een overplaatsing te voorkomen, voorstelden om het kind verder gratis te zullen opnemen. Dat had men in 1822 in Namen op grote schaal ondervonden. De deputatie had er beslist de pleegkinderen terug te sturen naar hun oorspronkelijke gemeenten, omdat die erom gevraagd hadden. Van de meer dan vijfhonderd kinderen die door deze maatregel waren getroffen, waren er tweehonderd van wie de pleegouders bereid waren ze verder gratis te onderhouden, ondanks de staat van behoeftigheid waarin de pleegouders zich zelf bevonden. De maatregel werd naar het schijnt dan toch teruggetrokken.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

1893. Leon Lepage vindt gezinsplaatsing een goed systeem.

 Maar meer inspectiebezoeken zijn aangewezen.

“Het lijdt geen twijfel dat het huidige systeem, dat bestaat uit het plaatsen van kinderen bij pleegouders, in het algemeen goed is; maar mensen zijn niet volmaakt, en als de meeste pleegouders de kinderen die bij hen geplaatst zijn als hun eigen kinderen beschouwen en voor hen zorgen, als ze niet aarzelen om ze naar school te sturen, wat trouwens een essentiële voorwaarde is voor iedereen die wezen wil opvangen, dan is het waar dat anderen, in kleine aantallen, een beetje speculeren op het onderhoud van deze kinderen en proberen er zoveel mogelijk profijt uit te halen. Ik zal er daarom bij het bestuur der godshuizen op aandringen dat er meer controlebezoeken zouden plaatsvinden van de inspecteurs die specifiek verantwoordelijk zijn voor het bezoeken van de kinderen die bij pleeggezinnen zijn geplaatst.

Léon LEPAGE op de gemeenteraad van Brussel in maart 1893 naar aanleiding van een discussie over de klacht van een wees die zeven jaar in een pleeggezin doorbracht.
Brussel plaatste zijn weesjongens in pleeggezinnen. In de negentiende eeuw was er enkel een weeshuis voor meisjes, niet voor jongens. Het bleef lange tijd een discussie of men de jongens niet beter zou opvangen in een weeshuis. Het zou vooral hun scholing of opleiding ten goede komen.

Léon Lepage was destijds gemeenteraadslid in Brussel.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

1920. Meer zorg op maat, meer gezinsplaatsing, minder bureaucratie.

Hervorming van de Weldadigheid.

“Kortom, het waar belang van de behoeftigen en ongelukkigen is, overal en te allen tijde, niet eene bepaalde soort van onderstand, maar den meest algemeenen, den meest gepasten, den meest door hunne behoeften en hun lijden vereischten onderstand te vinden. (…) Sommige besturen van godshuizen, zoo zij het vermochten, zouden meer ouderlingen in familiën, meer verlaten kinderen en weezen op den buiten uitbesteden. Zulks ware beter voor de behoeftigen en tevens beterkoop dan de buitensporige uitbreiding van toevluchtsoorden en weezenhuizen, die altijd geene goede uitslagen opleveren. De Openbare Weldadigheid moet de handen vrij hebben om doelmatig werk te verrichten en ongetwijfeld is eene der redenen van hare tegenwoordige ontoereikendheid dat al hare handelingen en al hare uitgaven bij voorbaat vastgesteld en geregeld worden, terwijl de behoeften van de overmogenden voortdurend veranderen. Laat ons niet vreezen ze van de strenge bureaucratische overleveringen te verlossen. “

AMEDEE VISART, Wetsvoorstel tot hervorming van de Openbare Weldadigheid. Toelichting. Kamer der Volksvertegenwoordigers. Vergadering van 22 januari 1920.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

1905, de Oudwezenbond. Een uitgesproken tegenstander van gezinsplaatsing.

Schets, uittreksel uit het rapport van Vanden Berghe en Roland op het Internationaal Congres in Luik in september 1905 (vrije vertaling).

“De meeste pleeggezinnen bestaan uit een koppel dat handig van de situatie gebruik weet te maken, en verder een aantal kinderen die, zoals vader en moeder, zich gretig ten koste van de wees, de vreemde eend in de bijt, onttrekken aan allerlei onaangename klussen. Tientallen keren per dag, bij de minste gelegenheid, laat men het hem voelen, de indringer, dat hij de speelbal is van iedereen en alleman : dat er een duidelijke streep wordt getrokken tussen hem en de eigen kinderen van zijn gelegenheidsouders. Regelmatig naar school gaan is een voorrecht dat men hem maar zelden gunt, er zijn immers honderden redenen om die verplichting te ontlopen : het leven is zo hard, ziet u; en verder, zolang het duurt, laat ons genieten van dit buitenkansje dat het Bestuur ons biedt. Zijn al die uren die men besteedt in de klas geen verloren uren voor dit pleegcollectief ? En als de kleine tegenwringt grijpt men onmiddellijk naar de grote middelen : dan regent het verwensingen, zelfs lijfelijke straffen, en de brutaliteit is de stouterik rap de baas. Die buigt tenslotte het hoofd, vastbesloten om krachtig terug te slaan op het geschikte moment.
“Vanaf nu neemt de hypocrisie het over, de leugen wordt het enige efficiënte wapen om nieuwe vernederingen te ontwijken.
“En zo raakt dit goede zaad dat diep in de ziel van elk kind wacht op ontkieming, fataal verstikt. Zo groeit er beetje bij beetje uit deze pupil van de Weldadigheid een verklaarde vijand van deze maatschappij die hem overleverde aan de grillen en de berekeningen van een man en een vrouw zonder hart. Is er iets natuurlijker dan dit ?
“Wanneer dan, op deze manier, de omstandigheden zo’n vervelende situatie hebben opgeleverd, gaan de gezagsdragers, die niet anders zien dan dat zo’n gevallen toenemen, in plaats van dit kwaad bij de wortel aan te pakken, generaliseren en eindigen met woorden te gebruiken als atavisme, aangeboren perversie. Dan roept men om een strenge beteugeling, schrijft strikte maatregelen voor en verwart systematisch de massa eerder gedemoraliseerde dan immorele wezen (dankzij het regime in voege) met de gewoonlijke pensionaires van de hervormingsscholen en de strafkolonies. “

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen